Dit is de website van de Stichting Klokketoren Greonterp. Doel van de Stichting is het onderhouden en instandhouden van de klokketoren in Greonterp en zijn historische functies, zoals het dagelijkse luiden van de klok. De Stichting organiseert jaarlijks evenementen, zoals wandeltochten, een simmerfair, een simmerkuierke, een volleybalwedstrijd, om de kosten van het onderhoud van de toren te helpen dekken (voor donaties: zie de Contactpagina hierna). Hieronder vindt u informatie over de geschiedenis van de klokketoren.

Contact: stiklokgreonterp@gmail.com

Wordt vriend van de Facebookpagina van de Stichting Klokketoren Greonterp: https://www.facebook.com/profile.php?id=100013022201845  

Greonterp: het oude kerkje, de klokketoren, de klok en de begraafplaats


Greonterp is een middeleeuws terpdorp. Het werd van oudsher omringd door meren en poelen, die waren ontstaan door turfafgravingen. In 1275 werd al melding gemaakt van het dorp, dat toen Grewingdorp werd genoemd. Vele naamsveranderingen zouden volgen: in 1482 werd het bijvoorbeeld Grouendorp genoemd, in 1511 Grewingeterp, in 1700 Grionterp en in 1790 Grioenterp, maar vanaf de 19e eeuw werd meestal Greonterp geschreven. Het eerste deel van de naam wordt wel in verband gebracht met het Oudfriese greva dat graven betekent; het tweede deel is Oudfries therp of 'dorp'.

Het afgelegen dorpje was aanvankelijk een vissersdorp en was alleen via het water bereikbaar; pas later ging het over op de veeteelt. In 1786 werd Greonterp omschreven als 'een klein dorp van 11 stemmen, met eene kerk zonder toren, even ten Zuiden van den Sensmeerder Dyk, aangelegd in 1633.' (De Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden,  p. 163) Hieronder is te lezen dat het vroegere kerkje in 1780 werd afgebroken, maar misschien gold dit aanvankelijk alleen voor de torenspits: in 1786 wordt immers gesproken van 'eene kerk zonder toren'. Mogelijk stond er in 1786 ook al een 'klokhuis'. In sommige Friese dorpen (bv. Sonnega en Nyeholtwolde) werden  klokhuizen gebouwd op de plek van de afgebroken kerken, maar het kwam ook - en komt nog steeds - voor dat er een klokhuis stond naast een kerk zonder toren (vroeger in Ter Idzard en tegenwoordig in Goïngaryp en Kortehemmen). Klokhuizen konden worden gebouwd van de stenen van afgebroken kerken en dienden ook tot behoud van de oude klokken.

De huidige klokketoren is in 1822 gebouwd en bestaat uit een vierkanten stenen onderbouw met daarop een piramidevormige houten bovenbouw met klankborden en daarop een spitsje. Vergelijkbare klokhuizen staan in Hinnaard en Hartwerd. De klokketoren van Greonterp is in 1999 grondig gerestaureerd.


Links op de foto is tussen de bomen de klokketoren te zien

Gezicht op de kerk met spits torentje te Greonterp, Jacobus Stellingwerff, 1723. (Fries Museum)

Deze tekening van het vroegere kerkje van Greonterp werd in 1723 gemaakt door Jacobus Stellingwerff (1667-1727). Na de reformatie van 1580 ging het kerkgebouw over in handen van de aanhangers van de 'nije lere'. De kerkdorpen Parrega, Hieslum en Greonterp werden samengevoegd. Als de Parregaaster dominee in Greonterp kwam preken, moest hij zijn eigen mensen meenemen, want de Greonterpers waren van oudsher katholiek en prefereerden het katholieke Blauwhuis. Op een gegeven moment werd er nog maar één keer per jaar gepreekt op Hemelvaartsdag. De kerk raakte in verval en preekstoel en banken werden meegenomen. In 1843 lezen we: 'De kerk is in 1780 afgebroken en vervangen door eenen klokkentoren' (Van der Aa, 1843, p. 847).

Gezicht op het dorp Greonterp, J. Gardinier Visscher, 1790-1795. (Fries Museum)

De huidige klokketoren is gebouwd op de plaats waar het oude kerkje stond. De Leeuwarder Courant vermeldt op 20 april 1822: 'Greonterp krijgt een nieuw klokhuis'. Maar op deze prent van J. Gardinier Visscher - gedateerd 1790-1795 - is al een klokketoren te zien, waarvan de torenspits erg veel lijkt op die van het vroegere kerkje. Misschien stond er dus al eerder een klokketoren die in 1822 werd vervangen door 'een nieuw klokhuis'. In de huidige klokketoren liggen nog twee oude grafstenen (begin 17e eeuw) uit het oude kerkje. Het dorpsaanzicht vanaf het punt waar de prent is getekend is nauwelijks veranderd.


De klok dateert uit 1465 en is gegoten door Steven Butendiic. Hij weegt 300 kilo en heeft als opschrift: "Luister terwijl ik word geluid, ik roep u tot de vreugden van het leven" (oorspronkelijk in het Latijn: Dum trahor audite voco vos ad gaudia vite).

Klokkeluiders Hofmeijer en Lolkema; foto Teigetje&Woelrat®
Klokkeluiders Hofmeijer en Lolkema; foto Teigetje&Woelrat®


De klok wordt elke dag om 12 uur geluid (de toon is B1, voor de liefhebbers). Het geluid is heel helder en stemt nog steeds vrolijk! Op Youtube is een video van de klokkenluider Paul Verhey te zien:

https://www.youtube.com/watch?v=sb-nqXX_Q7E

Drie klokkenluiders hebben gedurende de twintigste eeuw de klok in Greonterp geluid. De eerste was Douwe Lolkema (1899-1976), die al op zijn tiende jaar, vanaf 1909, was begonnen de klok te luiden. In een interview In de Leeuwarder Courant (1972) vertelt hij dat de klok vroeger vijf keer per dag werd geluid: om vijf uur, om acht uur, om twaalf uur, om vier uur en om zeven uur. In 1962 is Lolkema opgehouden de klok zo vaak te luiden en werd er alleen nog om twaalf uur geluid (en op zondagen een half uur voor het begin van de mis in Blauwhuis). Lolkema: "De klok is o sa sinnich", hij vond "het geval moeilijk op slag te houden". In 1973 nam Eling Hofmeijer (1925-1997) de taak van Lolkema over tot begin jaren negentig, waarna Wim van Straaten (1929-2012) de klokkenluider van Greonterp werd. Sinds het overlijden van Van Straaten wordt de klok beurtelings geluid door Hans Galema en Paul Verhey.

Op de begraafplaats bevindt zich nog één grafsteen, toebehorend aan Johannes Bootsma, pastoor in Blauwhuis (1810-1837), zoon van Doede Bootsma en Akke Jans. Opschrift op de grafsteen:

'Hier rust het stoffelijk overschot van wijlen Johannes Bootsma, laatstelijk priester, geb. 8.3.1774, was eind 1810 herder bij de gemeente en kerk te Blauwhuis. Volijverig in de dienst des Heeren, mogt hij alhier diep geëerbiedigd en teederlijk bemind door 'n voorbeeldige wandel onder mateloos lijden voor eeuwig gelouterd, met echt Christelijke gelatenheid volkomen onderworpen en nimmer bezweken geduld, door leer en voorbeeld stichtend, tot op het uur van zijn ontbinding. De dood nam de brave op den 2.4.1838 uit het midden zijner om zijn gemis treurende gemeente, die in sombere rouw, aan zijn nagedachtenis deze steen toewijde. Zijn asch ruste in Vrede.'

Gatske Huitema (plm. 1978)

Wize: Dêr't de dyk it lân omklammet.

'Nea lit wij dat tuorke gean'

  • Greonterp is ús berteplakje tusken poel en greiden yn
  • Mei syn hof en 't âlde tuorke pronkjend yn é sinneskyn.
  • Wylst it drokke libben brûzet, alles jachtet op'e wrâld
  • Komt dat doarpke oan'e marfeart, altyd wer yn myn ûnthâld
  • Komt dat doarpke oan'e marfeart, altyd wer yn myn ûnthâld.

  • Eartijds leine hjir de skûtsjes, bij de opslach hjerstmis oan

  • 't is foarbij - mar dochs myn doarpke, hâldst foar mij de boppetoan

  • Stil en leaflik fredich oarde, dij ferjitte kin ik net

  • Terpke dat mij stees bekoarde en in plak fîn yn myn hert

  • Terpke dat mij stees bekoarde en in plak fîn yn myn hert.


  • Ek de brêge mei syn ketting, dy wipt no net mear omheech.
  • Kâld en stil leit in betonstik, en it oansjen krig'in feech.
  • Mar wij hawwe noch ús tuorke ja, dy bliuwt foargoed bestean
  • Op dat hôf sa stil en fredlich, nea lit wij dat tuorke gean
  • Op dat hôf sa stil en fredlich, nea lit wij dat tuorke gean



De klokketoren van de achterzijde, bij het bruggetje

Zonsondergang achter de klokketoren
Een winterse klokketoren

Greonterp is, behalve vanwege zijn klokketoren, ook bekend omdat de schrijver Gerard Reve (1923-2006) er heeft gewoond in huize Het Gras (1964-1971). In Greonterp was Reve, zo zei hij, 'zeer korte tijd/bijna gelukkig'. 'Het is het Koninkrijk Gods, vooral 's avonds om een uur of negen, met een zachtrode zon dicht boven de horizon, de mensen in hun achtertuin aan de tochtsloot, breiend of de krant lezend.' Hij wilde dat zijn as bijgezet zou worden op het kerkhofje voor de deur van zijn huis, met 'een dodenfeest, met veel drank - als het mooi weer is, geserveerd van een schragentafel voor de deur.'  Het kwam er niet van: Reve is in zijn woonplaats Machelen-aan-de-Leie in België begraven.

De jaarlijkse Reve-herdenking door Teigetje en Woelrat op 15 augustus (http://www.teigetje-en-woelrat.nl). 
Gebruikte bronnen

Aa, A.J. van der (1843). Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, deel IV. Gorinchem: Noorduyn.

Gildemacher, K.F. (2007). Friese plaatsnamen. Alle steden, dorpen en gehuchten. Leeuwarden: Friese Pers Boekerij.

Kalma, J.J. (1968). Inleiding bij Friese "Vaderlandsche gezichten" [grav. getek. door J. Bulthuis en J. Gardiner Visscher]. Leeuwarden: De Tille, Reeks: Varia frisica, dl. 2.

Plantinga, W. (2008). Historische klokkenstoelen in Nederland. Leeuwarden: Friese Pers Boekerij.

Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden; vyftiende deel; vervattende het vervolg der beschryving van Friesland. / [By Simon Stijl et al.], (1786, eerste druk)

Voorloopige lijst der Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Deel IX, Friesland (1930). Utrecht: Oosthoek.

Wumkes, G.A. (1930). Stads- en dorpskroniek van Friesland, deel I, (1700-1800). Leeuwarden: Eisma. (Gebaseerd op memoriën uit oude jaargangen van de Leeuwarder Courant)